Zorg

1 HET LEERLINGVOLGSYSTEEM

Ieder kind is anders en iedereen moet voldoende aandacht krijgen. Om de vorderingen bij te houden gebruiken wij observatielijsten en toetsen. Bij groep 1-2 worden de vorderingen van elke leerling bijgehouden op een observatielijst volgens de Kijk-registratie.

 

Bij elk vak zijn door de wet kerndoelen aangegeven die door het basisonderwijs gehaald moeten worden. Deze kerndoelen worden door methodemakers nauwgezet uitgewerkt. Alles wat behoort tot de verplichte leerstof, is dan ook in de methodes voor de verschillende vakken terug te vinden. De leerstof is verdeeld in blokken en / of thema’s. Aan het eind van een blok of thema vindt toetsing plaats om te bepalen of de leerlingen zich de stof voldoende eigen hebben gemaakt. Dit zijn methode-afhankelijke toetsen.

 

De kerndoelen worden voor de vakken taal en rekenen vervangen door referentieniveaus. Deze niveaus beschrijven wat een leerling op een aantal vaste momenten en op verschillende niveaus moet beheersen om het onderwijs erna te kunnen volgen. Vanuit deze niveaus worden de methode-onafhankelijke toetsen gemaakt. Deze toetsen geven een beeld van de ontwikkeling van een kind los van de stof die net is behandeld.

 

Bij ons op school gebruiken we CITO-toetsen (Rekenen en Wiskunde, Woordenschat, Leestechniek en Leestempo, Spelling, Rekenen en Wiskunde, Begrijpend Lezen en Eindtoets voor de groepen waar deze toetsen betrekking op hebben.) We hebben gekozen voor de IEP-eindtoets.

De resultaten van al deze toetsen en observaties worden schriftelijk vastgelegd. U kunt als ouder deze resultaten inzien via de ouderportal van ons registratiesysteem Parnassys. De inlogcode die u nodig hebt, hebt u gekregen bij aanmelding (en kunt u zo nodig opnieuw opvragen bij meester Alfons: agovers@prisma-scholen.nl  )

2 PASSEND ONDERWIJS

De overheid wil het aantal verwijzingen naar een school voor speciaal basisonderwijs terugdringen. De wet Passend Onderwijs werd per 1 augustus 2014 ingevoerd. Vanaf dan dient het onderwijs zó ingericht te zijn dat ook kinderen met speciale hulpvragen een verantwoord programma aangeboden kan worden. Dat vraagt om aanpassing van elementaire zaken als organisatie, instructie en didactiek. Het vraagt ook om een pedagogisch klimaat waarbij kinderen uitdaging, ondersteuning en vertrouwen wordt geboden. We stimuleren een actieve, zelfstandige leerhouding bij het kind. Dit vraagt een forse investering van de leerkrachten. Soms slaan we onbekende wegen in, maar het is de moeite waard. Niet het kind moet zich aanpassen aan ons onderwijs. Maar omgekeerd: het onderwijs sluit aan bij de onderwijsbehoeften van het kind. De Prisma Scholengroep hoort bij het Samenwerkingsverband Kind op 1.

HET ONDERSTEUNINGSPLAN

Het Ondersteuningsplan is het kerndocument van het Samenwerkingsverband. Hierin staat het beleid dat zij voert voor het realiseren van ondersteuning op maat voor leerlingen op de scholen binnen het verband beschreven. In het traject Passend Onderwijs speelt het Samenwerkingsverband een coördinerende rol. Daarnaast speelt het school advies team (SAT) een ondersteunende en preventieve rol. Het SAT bestaat uit de interne begeleider van de school die geplande consultaties op de school doet met een jeugdverpleegkundige (JGZ). De jeugdverpleegkundige is een sleutelfiguur naar het Centrum voor jeugd en Gezin (CJG). Vanuit de hulpvraag kan het SAT uitgebreid worden met mensen uit andere zorggebieden, zoals de opvoedcoach. In een gesprek wordt besproken hoe het meeste recht gedaan kan worden aan de onderwijs- en zorgbehoeften van uw kind.

SAMENWERKING MET OUDERS

Ouders en school zijn samen verantwoordelijk voor een goede ontwikkeling van het kind. Daarom zijn goede contacten, informatie-uitwisseling en een goede samenwerking tussen groepsleerkracht en ouders noodzakelijk. Ieder brengt zijn eigen kennis en ervaring in. Wij zorgen voor informatie en ontmoetingen tussen ouders en leerkrachten. Samen zijn we sterk. Deze uitgangspunten geven we vorm in het onderwijs en in de organisatie. Daar zijn verschillende mogelijkheden voor:

  • Een gesprek regelen:
  • Even afspreken met de juf of de meester; agenda erbij en samen een tijdstip afspreken.
  • De kennismakingsgesprekken aan het begin van het schooljaar.
  • De rapport-gesprekken n.a.v. de rapporten van groep 1 tot en met 8: Tijdens het rapportage-gesprek wordt het rapport kort besproken. Eventueel wordt een vervolggesprek geregeld.
  • Een gesprek (na afspraak) met betrekking tot een speciaal probleem van uw kind. Het kan ook zijn dat hierbij iemand van buiten de school aanwezig is.
  • Voortgezet onderwijs advies gesprekken met de ouders van- en leerlingen van groep 8.

3 ZORGROUTE

De organisatie van het onderwijs -Wettelijke opdracht onderwijs In de Wet Primair Onderwijs(WPO) staat in een aantal artikelen beschreven aan welke eisen het onderwijs moet voldoen. In de hierna volgende paragrafen wordt aangegeven op welke wijze wij invulling geven aan deze wettelijke eisen.

ONONDERBROKEN ONTWIKKELING

Wij organiseren het onderwijs in jaarklassen. We werken vanuit methodes en bieden zoveel mogelijk dezelfde basisstof aan de leerlingen aan. Kinderen hebben echter verschillende onderwijsbehoeften, daarom bieden we het programma op verschillende manieren aan. Dit doen we door andere oplossingsmethodes aan te bieden, maar ook door rekening te houden met tempoverschillen tussen de leerlingen. Ook differentiëren we door kinderen in verschillende mate instructie te geven. We besteden veel aandacht aan individuele ondersteuning, zowel voor kinderen die meer kunnen, als voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Sommige kinderen werken met aparte programma’s die afgestemd zijn op hun mogelijkheden. In de kleutergroepen wordt er gewerkt via ontwikkelings volgend en doelgericht onderwijs. De leerkrachten van deze groepen werken met een groepsplan dat gebaseerd is op de ontwikkelingsgebieden van het observatiesysteem van "Kijk!". Alle kinderen krijgen bij alle 17 ontwikkelingsgebieden hun eigen plaats waar vanuit ze verder kunnen ontwikkelen. Dit door, op allerlei manieren, alle doelen van het kleuteronderwijs aan bod te laten komen. We werken binnen de school handelingsgericht, dat betekent dat we vooral zoeken naar wat de leerlingen kunnen en daarbij aansluiten in onze lessen. Deze werkwijze streeft naar een goede afstemming van het onderwijs op de onderwijsbehoefte van de leerlingen.

KERNDOELEN EN REFERENTIENIVEAUS

De overheid beschrijft in de zogenaamde kerndoelen wat de school aan onderwijs moet bieden en tevens welke referentieniveaus nagestreefd dienen te worden. Op De Horizon werken wij hoofdzakelijk met moderne methodes die aan deze kerndoelen voldoen en waarin we rekening houden met de referentieniveaus. Vaak maken we daarnaast nog gebruik van aanvullende materialen. Ons onderwijsaanbod houden we verder actueel door het bijhouden van nieuwe ontwikkelingen en het volgen van nascholing.

DE INTERN BEGELEIDER

De Intern Begeleider organiseert de ondersteuning voor alle leerlingen. Zij bewaakt het onderwijsproces en de leerresultaten van alle leerlingen tijdens hun schoolloopbaan. Zij ondersteunt leerkrachten bij hun werk in de groep. Verder is ze verantwoordelijk voor de contacten met hulpverleningsorganisaties buiten de school en de communicatie hierover met leerkrachten en ouders. Ze begeleidt leerkrachten, leerlingen en ouders als er speciale hulp nodig is.

HET ONDERSTEUNINGSPLAN

Het kan voorkomen dat de ontwikkeling van een kind niet naar wens verloopt of dat er zich leer en/of gedragsproblemen voordoen. Daarvoor hebben we op school een ondersteuningsplan. Daarin staat de procedure vermeld die op school gevolgd zal worden. Dit plan kunt u op school inzien. In het kort ziet het stappenplan er als volgt uit:

  • De leerkracht meldt de leerling aan voor de leerlingbespreking bij de Intern Begeleider. Bij de leerlingbespreking zijn de eigen groepsleerkracht, eventueel overige groepsleerkrachten en de Intern Begeleider aanwezig. In deze bespreking wordt bekeken wat de beste werkwijze is om desbetreffende leerling te helpen.
  • Er wordt een plan opgesteld, waarin wordt beschreven welke werkwijze wordt gevolgd en welke hulp de leerkracht in de groep zal aanbieden en voor welke periode. Als dat nodig is wordt er gewerkt met aangepast materiaal dat op school aanwezig is.
  • Het plan wordt met de ouders besproken. Vaak wordt ook de medewerking van ouders gevraagd, om thuis het oefenprogramma te ondersteunen.
  • Als het plan is uitgevoerd worden de afspraken en de uitvoering geëvalueerd door de groepsleerkracht en Intern Begeleider.
  • Eventueel kan besloten worden de hulp van RPCZ (schoolbegeleidingsdienst) in te roepen. We volgen dan de werkwijze van de Handelingsgerichte Proces Diagnostiek (HGPD). Het accent bij HGPD ligt op het handelen van de leerkracht, zodat deze beter kan aansluiten bij de onderwijsbehoeften van de leerling.
  • De Intern Begeleider bewaakt de doorgaande lijn, houdt overzicht over de geboden ondersteuning en treedt op als coach naar de leerkracht.
  • Indien nodig wordt door de RPCZ- begeleider individueel met de leerling gewerkt.
  • Als dit nog steeds onvoldoende oplevert, kan besloten worden de leerling aan te melden voor een breder onderzoek, bijvoorbeeld via het Samenwerkingsverband Kind op 1. Dit gebeurt altijd in overleg met de ouders.

REMEDIAL TEACHING

Remedial teaching is gerichte speciale hulp bieden aan kinderen of groepjes kinderen, die deze extra hulp nodig hebben om bepaalde problemen te overwinnen. Wanneer de juiste ondersteuning niet tijdens de (extra) instructietijd in de groep gegeven kan worden, kan besloten worden om RT aan te bieden. We hebben een leerkracht die remedial teaching geeft.